Volvo miste al jaren een goede middenklasse-elektrische SUV. De EX40 is prima, maar compact. De EX90 is groot en navenant geprijsd. Tussen die twee zat een gat dat BMW en Audi graag vulden. Dat verandert nu: de EX60 verschijnt in de zomer van 2026, met specs die de concurrentie direct onder druk zetten.
Drie versies, één platform
De EX60 staat op dezelfde 800 volt-architectuur als de Polestar 3 - Volvo's zustermodel van een prijsklasse hoger. Toch zijn er drie uitvoeringen die elk hun eigen publiek aanspreken.
De instapper is de P6: achterwielaandrijving, 374 pk en 620 kilometer WLTP-bereik. Met een 0-100-tijd van 5,9 seconden is hij niet langzaam, maar hier koopt de koper comfort en bereik, geen sprint. De P10 AWD tikt 510 pk aan en brengt de 0-100 terug naar 4,6 seconden, met 660 kilometer op een lading. Wie nog verder wil gaan, kiest de P12 AWD: 680 pk en 3,9 seconden naar 100 km/u. Dat is ruwweg het vermogen van een Porsche 911 GT3, maar dan in een vijfzits Volvo.
De prijzen beginnen bij 63.995 euro voor de P6 Plus. De P10 AWD kost 66.995 euro, de P12 AWD 72.995 euro. Voor een elektrische middenklasse-SUV met die specificaties zijn dat scherpe bedragen.
810 kilometer - dat is serieus
Actieradius is voor veel kopers nog steeds de beslissende factor bij een elektrische auto. Volvo zet hier vol op in: de P12 AWD haalt 810 kilometer WLTP, de P10 660 kilometer. Of die getallen in de praktijk ook opgaan, hangt van snelheid, klimaat en rijstijl af. We onderzochten eerder al welke EV's hun actieradius echt halen op de snelweg - de EX60 moet dat nog bewijzen.
Wat wel vaststaat: de 95 kWh-batterij van de P10 is ruimschoots voldoende voor de meeste Nederlandse rijpatronen. Wie dagelijks minder dan 200 kilometer rijdt, laadt de EX60 in de praktijk één keer per drie of vier dagen bij.
In 22 minuten van 10 naar 80 procent
Snelladen is bij de EX60 serieus uitgewerkt. De 800V-architectuur maakt laden met maximaal 370 kW mogelijk. Daarmee duurt een laadsessie van 10 naar 80 procent slechts 22 minuten - vergelijkbaar met de snelste elektrische auto's op de markt. Autoblog noemde de EX60 in hun eerste rijtest "eindelijk de auto die Volvo nodig had", en dat laadsysteem is een groot deel van waarom.
Thuis laden kan met een 22 kW AC-boordlader, standaard in alle versies. Bij de meeste concurrenten is 11 kW de norm en betaalt de koper extra voor 22 kW. Dat Volvo dit standaard meelevert is een duidelijk signaal.
Verfijnd, niet onstuimig
Rijers die de EX60 al onder de wielen hebben gehad, typeren hem als rustig en verfijnd. De vering werkt oneffenheden goed weg, wind- en weggeluid blijven ook op snelwegsnelheid laag. Dat past bij wat Volvo wil zijn: een luxe reisauto, geen sportwagen.
De P12 heeft het vermogen van een sportwagen, maar het karakter is dat van een grand tourer. Wie een elektrische SUV met een sportievere insteek zoekt, kijkt eerder naar de Alpine A390, die uitgesproken op sportrij-plezier gericht is. De Volvo kiest bewust voor andere prioriteiten: comfort, ruimte en bereik.
Sterk geprijsd ten opzichte van de concurrent
In het segment van de EX60 staan BMW iX1, Audi Q6 e-tron en Peugeot E-3008. Ten opzichte van de Q6 e-tron - ook 800V en ook snel ladend - biedt de EX60 meer vermogen in de topversie en vergelijkbare actieradius, voor een lagere prijs. De vergelijking met de Polestar 3 is interessant: zelfde platform, maar de Polestar is duurder en minder op comfort gericht.
Ook de Skoda Elroq RS, die harder rijdt dan hij eruitziet, speelt in dit segment mee. De EX60 zit een klasse hoger, maar het prijsverschil is kleiner dan je verwacht.
Waarom de EX60 nu de juiste Volvo is
De EX60 beantwoordt precies de vraag die Volvo zichzelf had moeten stellen: wat wil de gemiddelde EV-koper? Niet per se het meest extreme vermogen, wel een ruim interieur, een eerlijk lange actieradius en snelladen dat niet vraagt om speciale planning.
De P6 en P10 AWD zijn verwacht leverbaar in de zomer van 2026. De P12 AWD volgt aan het einde van het jaar. Heeft Volvo hiermee eindelijk de slag gewonnen die ze in het EV-segment misten? Op papier heeft de EX60 weinig zwakke plekken. De rijtest moet het definitieve antwoord geven.