Vijf jaar geleden ging Spyker failliet. Vorige week stond er in Californië een gloednieuwe Spyker op het gras van Pebble Beach, met een prijskaartje van 1,5 miljoen euro en een wachtlijst van kopers die niet eens een foto van de auto hadden gezien voordat ze tekenden. Het merk uit Zeewolde is terug, en niet een beetje.
De C8 Preliator XXV Coupé is de eerste auto die Spyker sinds het faillissement heeft gebouwd. Geen facelift, geen doorontwikkeling van een oud model, maar een compleet nieuwe auto. En de manier waarop het merk terugkeert, zegt veel over wie Victor Muller is: koppig, eigenzinnig en niet van plan om mee te gaan in de elektrische trend.
Wie is Victor Muller eigenlijk
Muller is de man die Spyker in 2000 kocht toen het merk nog een obscuur naampje was, en die het in de jaren erna neerzette als het Nederlandse antwoord op Aston Martin en Ferrari. Hij verkocht in die periode ook Saab van General Motors, een avontuur dat eindigde in een tweede faillissement en jarenlange rechtszaken. Wie denkt dat die geschiedenis hem voorzichtig heeft gemaakt, heeft het mis. Muller kocht vorig jaar de merkrechten van Spyker terug en vond in de Oekraïense crypto-miljardair Volodymyr Nosov een investeerder die hem opnieuw laat bouwen.
Wat blijft is de overtuiging dat een Spyker met de hand gemaakt hoort te worden. De carrosserie van de C8 Preliator XXV is handgemaakt aluminium, gebouwd op een volledig nieuw spaceframe dat in eigen huis is ontworpen. Spyker werkt daarvoor samen met de Engelse carrossiers van Coventry Prototype Panels, dezelfde partij waarmee het merk al jaren een relatie heeft. Het bouwen van één auto kost ongeveer 2100 uur werk.
Een motor met een schakelpook
De techniek onder de motorkap is minstens zo opvallend als het verhaal erachter. Spyker gebruikt een Audi-blok, een twin-turbo V8 die 789 pk levert, gekoppeld aan een handgeschakelde zesbak. In een tijdperk waarin bijna elke supercar automatisch schakelt en steeds vaker elektrisch rijdt, kiest Spyker bewust voor een koppeling en een pook. Muller heeft eerder gezegd dat Spyker in Nederland blijft zitten en niet elektrisch wordt, tenzij de wetgeving daartoe dwingt.
De styling grijpt terug op het silhouet van de originele Spyker C1 Aerocoque uit 1919, met een opvallende vinstaart en NACA-luchtinlaten die rechtstreeks uit de vliegtuigbouw zijn geleend, een verwijzing naar de wortels van het merk als vliegtuigfabrikant. Van de C8 Preliator XXV worden er slechts 25 gebouwd, elk met chassisnummer en handmatig aangebrachte details.
Wil je weten hoe een ander Nederlands icoon zich verhoudt tot deze wereld van extreme supercars, lees dan ook ons artikel over de nieuwe McLaren 765LT, waar dezelfde jacht naar gewicht en precisie centraal staat.
Waarom dit meer is dan een nichespeler
Je zou kunnen denken dat een auto van anderhalf miljoen euro, met een oplage van 25 stuks, weinig met de gemiddelde autoliefhebber te maken heeft. Toch is het verhaal relevanter dan het lijkt. Spyker is een van de weinige automerken ter wereld die na een faillissement echt terugkomt met een eigen, zelfontworpen product in plaats van een omgekat platform van een grotere fabrikant. Dat is zeldzaam, en het zegt iets over de vraag naar auto's die nog volledig met de hand gemaakt zijn in een tijd waarin de meeste sportwagens uit dezelfde paar fabrieken rollen.
Muller heeft bovendien grotere ambities uitgesproken: als het geld er is, wil hij Spyker terugbrengen naar Le Mans, waar het merk in 2003 al eens meedeed. Dat past bij het beeld van een ondernemer die na twee faillissementen niet kleiner is gaan denken, maar juist groter.
Benieuwd hoe andere merken juist vol op elektrisch inzetten? Bekijk dan onze rijtest van de Skoda Elroq RS, of lees over de BMW M2 CS, een auto die laat zien dat er ook binnen grote fabrikanten nog ruimte is voor puristische keuzes.
Wat dit betekent voor de rest van de markt
Voor de gewone autokoper verandert er weinig: niemand rijdt volgend jaar toevallig een Spyker tegen het lijf op de A2. Maar het signaal dat van deze comeback uitgaat, is groter dan de 25 exemplaren die er gebouwd worden. Het laat zien dat er, ook anno 2026, een markt is voor auto's die bewust tegen de stroom in gaan: geen batterijpakket, geen automaat, geen massaproductie. Alleen een team vakmensen dat 2100 uur besteedt aan één auto.
Of Spyker deze keer wel standhoudt, moet nog blijken. Het merk is twee keer eerder omgevallen. Maar met een auto die binnen een paar dagen na onthulling al uitverkocht was, begint deze derde poging in elk geval een stuk sterker dan de vorige twee.