Rides

Deze Audi heeft een Lamborghini-motor onder de kap

· 6 min leestijd

Jarenlang was het andersom. Lamborghini leende techniek van Audi, niet omgekeerd. Met de Nuvolari draait Audi die verhouding om: onder de motorkap van hun nieuwe supercar ligt een motor die rechtstreeks uit Sant'Agata komt. Geen eigen ontwikkeling, geen jarenlange ingenieurstrots, gewoon inkopen bij de zusterfabriek. En dat pakt beter uit dan je zou verwachten.

Een Lamborghini-hart in een Audi-jasje

De Nuvolari is de opvolger van de R8, die in 2024 uit productie ging na een sterke carrière met een atmosferische V10. Die motor deelde Audi destijds ook al met Lamborghini, in de Huracán. Bij de Nuvolari gaat de samenwerking een stap verder: de 4.0-liter twin-turbo V8, intern aangeduid als L411, komt letterlijk uit de Lamborghini Temerario. Los daarvan levert de achtcilinder 800 pk en 730 Nm, aangevuld met drie elektromotoren van elk 110 kW.

Audi haalt uit dezelfde basis meer vermogen dan Lamborghini zelf. Dankzij een grotere accu van 7,3 kWh (tegenover 3,8 kWh bij de Temerario) en elektromotoren die 60 kW meer leveren, komt de Nuvolari uit op een totaal van 987 pk, omgerekend 1.001 pk volgens de Europese meetnorm. Daarmee is de Audi sneller dan zijn Italiaanse donor, wat op zich al een unicum is in de geschiedenis van het Volkswagen-concern.

Slechts 499 exemplaren, vanaf 500.000 pond

Audi bouwt de Nuvolari niet voor de massa. Er komen wereldwijd 499 exemplaren, met een startprijs van omgerekend zo'n 580.000 euro. Daarmee betreedt Audi een prijsklasse waar het merk nog nooit eerder heeft gezeten: fors boven de Lamborghini Temerario, en ver voorbij wat de R8 ooit kostte. Wie zich vergelijkt met de Ferrari 296 GTB of de nieuwe McLaren-modellen zit qua prijs dichter in de buurt, al lees je in ons stuk over de McLaren 765LT dat ook daar de instapprijs allang geen indicatie meer is van wat je uiteindelijk betaalt.

De topsnelheid ligt boven de 350 km/u, met een ontwikkeling die volgens Audi's eigen persbericht sterk is beïnvloed door Formule 1-techniek. Niet toevallig: Audi stapte dit seizoen in de Formule 1 met het Audi Revolut-team, en coureurs Nico Hülkenberg en Gabriel Bortoleto waren aanwezig bij de onthulling. Marketing, ongetwijfeld, maar de aerodynamische kennis die er wel degelijk in doorsijpelt is niet nep.

Waarom Audi nu ineens wél een supercar bouwt

De R8 verdween grotendeels omdat een eigen V10 niet meer te verantwoorden was binnen de uitstootregels en de ontwikkelkosten voor zo'n klein productievolume torenhoog waren. Door in plaats daarvan de aandrijflijn van Lamborghini over te nemen, bespaart Audi zichzelf een compleet motorenprogramma en profiteert het merk toch van het prestige van een eigen supercar. Voor Volkswagen als concern is dat efficiënt: dezelfde investering in de Temerario-aandrijflijn wordt over twee merken uitgesmeerd.

Het is ook een signaal aan de rest van de markt. Terwijl merken als BMW hun prestatiemodellen steeds verder opstuwen in prijs, zoals te zien bij de BMW M2 CS die inmiddels bijna twee ton kost, kiest Audi ervoor om met de Nuvolari meteen bovenaan de markt te gaan zitten in plaats van geleidelijk te schuiven. Geen instapper die duurder wordt, maar direct een exclusief speeltje voor een select groepje kopers.

405 dagen van schets naar rijdend prototype

Wat opvalt is het tempo waarin Audi dit project heeft neergezet. Van de eerste schets tot een rijdend prototype zat precies 405 dagen, een ontwikkeltijd die voor een compleet nieuw model ongekend kort is. Normaal reken je bij een supercar op meerdere jaren, alleen al vanwege crashtesten, aerodynamisch onderzoek in de windtunnel en homologatie in tientallen landen. Dat Audi dat proces zo heeft weten te versnellen, komt vooral doordat het grootste deel van de techniek, het chassis en de aandrijflijn, al bestond binnen het concern.

Het doet denken aan hoe Spyker decennia geleden juist het omgekeerde probeerde: een compleet nieuw merk met een eigen supercar optuigen zonder concernrugdekking. Zoals we eerder schreven over de terugkeer van de Spyker C8 Preliator, is dat een veel trager en kostbaarder traject. Audi's aanpak met de Nuvolari laat zien hoeveel voordeel een groot concern heeft als het gaat om snelheid en kostenbeheersing bij dit soort niche-modellen.

Wat dit betekent voor de toekomst van Audi's sportwagens

De Nuvolari is meer dan een eenmalig prestigeproject. Het is een blauwdruk voor hoe Audi de komende jaren met prestatiemodellen om wil gaan: minder eigen motorenontwikkeling, meer hergebruik van techniek binnen het Volkswagen-concern, en een scherpere focus op limited-run modellen in plaats van grote series. Voor kopers van de reguliere RS-modellen verandert er voorlopig weinig, maar het toont wel de richting waarin het topsegment van het merk zich beweegt.

Wie de Nuvolari echt wil kopen, komt hoe dan ook op een wachtlijst terecht. Bij 499 exemplaren wereldwijd is de auto binnen no-time uitverkocht aan bestaande klanten van Audi Sport en Lamborghini. Toeschouwers houden er dus vooral een technisch interessant verhaal aan over: het bewijs dat een motor "lenen" van je zustermerk niet per se een teken van zwakte is, maar soms gewoon de slimste weg naar een sneller resultaat.

R
Geschreven door Ruben Drost Auto redacteur

Ruben schrijft autoreviews met de passie van een petrolhead en het verstand van een monteur. Hij test auto's in het echt, niet vanaf een persfoto, en dat merk je aan zijn artikelen: hij schrijft over hoe een auto aanvoelt na driehonderd kilometer, niet na drie minuten op een parkeerplaats. Zijn liefde voor auto's begon toen zijn opa hem op zijn twaalfde meenam naar de Nürburgring, en sindsdien is het nooit meer overgegaan. Na een opleiding werktuigbouwkunde en vijf jaar in een garage besloot hij dat hij zijn passie beter kon delen via woorden dan via facturen. Ruben vindt dat een eerlijke autorecensie ook de minpunten benoemt, want elke auto heeft ze, zelfs de dure.