Reviews

De Ferrari 296 Speciale doet 0 naar 100 in 2,8 seconden

· 5 min leestijd

Ferrari plakt het label "Speciale" niet op elke facelift. De naam dook voor het eerst op bij de 360 Challenge Stradale en keerde later terug bij de 458 Speciale, telkens als aanduiding voor de scherpste versie van een bestaand model, de auto die overblijft als je alles weghaalt wat niet bijdraagt aan snelheid. Met de 296 Speciale doet het merk dat opnieuw, en de sprong ten opzichte van de gewone 296 GTB is groter dan bij eerdere Speciale-versies. Wat begon als een hybride GT-auto wordt met deze uitvoering een circuitauto met kenteken.

Wat is er anders dan bij de gewone 296 GTB

De basis is bekend: een 3.0-liter twin-turbo V6 met een cilinderhoek van 120 graden, aangevuld met een elektromotor tussen het blok en de achttraps dubbele-koppelingsbak. Voor de Speciale heeft Ferrari het motorblok zelf onder handen genomen. Titanium drijfstangen en een lichtere krukas schelen samen negen kilo aan het blok, en een kloppingscontrolesysteem afkomstig uit de Formule 1 laat de verbrandingsdruk zeven procent hoger oplopen dan in de reguliere GTB. Dat resulteert in meer koppel eerder in het toerenbereik en een motor die sneller reageert op het gaspedaal. Ferrari noemt het zelf een "extra boost"-functie: de elektromotor levert die extra duw niet continu, maar juist op de momenten dat de bestuurder er om vraagt, bijvoorbeeld bij het uitkomen van een bocht.

880 pk en een sprint van 2,8 seconden

Het totale vermogen van de plug-in hybride aandrijflijn komt uit op 880 pk, vijftig meer dan de gewone 296 GTB en daarmee een record voor een achterwielaangedreven productie-Ferrari. 0 naar 100 km/u gaat in 2,8 seconden, 200 km/u is bereikt na 7,0 seconden en de topsnelheid ligt boven de 330 km/u. Op het eigen testcircuit Fiorano rondt de Speciale in 1 minuut en 19 seconden, de tijd waaraan Ferrari intern afmeet of een Speciale-versie zijn naam waarmaakt. Ter vergelijking: dat is sneller dan de meeste hypercars uit de vorige generatie, en amper langzamer dan sommige LMP-prototypes op hetzelfde circuit. Wie een vergelijkbare hybride prestatie zoekt zonder het Ferrari-logo kan kijken naar de nieuwe McLaren 765LT, al speelt die auto in een net iets ander segment.

Een achterspoiler met drie standen

De aerodynamica is waar de Speciale zich echt onderscheidt van een simpele motor-upgrade. Front-aerodampers, sleuven in de motorkap, een herziene onderbouw en een grotere diffusor zorgen samen met de actieve achterspoiler voor 435 kilo neerwaartse druk bij 250 km/u. Die spoiler schakelt vijftig procent sneller tussen de standen Low Drag, Medium Downforce en High Downforce dan bij de 296 GTB, wat vooral op een circuit met snelle bochtencombinaties merkbaar is. In de Low Drag-stand ligt de topsnelheid, in High Downforce wint de auto grip in bochten die je normaal zou moeten afremmen. Het is dezelfde gedachte die je terugziet bij de BMW M2 CS: elke aanpassing dient een meetbaar doel op de baan, niet alleen de specificatielijst.

Remmen die de vijfde ronde nog aankunnen

Snelheid maken is één ding, er weer vanaf komen een ander. Ferrari heeft daarom niet alleen naar remkracht gekeken, maar vooral naar herhaalbaarheid: werken de remmen na vijf harde ronden nog net zo goed als in de eerste. De koolstofkeramische schijven meten 15,7 inch voor en 14,2 inch achter, en de koeling van de achterremmen is verdubbeld ten opzichte van de GTB, geholpen door voorkoelkanalen die zijn overgenomen van de F80. Ook het ABS Evo-systeem is verfijnd, zodat de auto later kan remmen zonder dat de voorwielen blokkeren. Voor een auto die vooral op het circuit moet overtuigen is dat misschien wel de belangrijkste upgrade van allemaal, ook al staat hij nooit op een poster.

Wie koopt zo'n auto eigenlijk

De reguliere 296-serie, GTB en GTS, begint bij ongeveer 300.000 euro, en de Speciale komt daar met zijn track-georiënteerde extra's nog eens flink overheen. Ferrari biedt de auto ook aan als open Speciale A, en presenteerde eerder dit jaar zelfs een gelimiteerde Piloti Ferrari-uitvoering, geïnspireerd op de 499P waarmee het merk in 2023 en 2024 de 24 uur van Le Mans won. Dat plaatst de Speciale in hetzelfde territorium als de beperkte oplages van concurrenten, waar ook de Porsche Syberia RS laat zien dat exclusiviteit tegenwoordig net zo goed verkoopt als pure snelheid. Ferrari bouwt de Speciale niet voor de massa, en dat is precies het punt: wie hem bestelt, koopt een plek in een beperkte productieserie, niet alleen een auto.

Dit is waarom de naam Speciale nog steeds iets betekent

Ferrari gebruikt het label spaarzaam, en de 296 Speciale laat zien waarom. Een negen kilo lichter motorblok, een spoiler die zichzelf per bocht herprogrammeert, en remmen die zijn gebouwd om vijf ronden achter elkaar te overleven: dat is geen marketingtruc, maar een auto die vanuit de baan naar de showroom is ontworpen, niet andersom. Meer achtergrond over de bredere 296-familie en de techniek erachter staat op Wikipedia.

R
Geschreven door Ruben Drost Auto redacteur

Ruben schrijft autoreviews met de passie van een petrolhead en het verstand van een monteur. Hij test auto's in het echt, niet vanaf een persfoto, en dat merk je aan zijn artikelen: hij schrijft over hoe een auto aanvoelt na driehonderd kilometer, niet na drie minuten op een parkeerplaats. Zijn liefde voor auto's begon toen zijn opa hem op zijn twaalfde meenam naar de Nürburgring, en sindsdien is het nooit meer overgegaan. Na een opleiding werktuigbouwkunde en vijf jaar in een garage besloot hij dat hij zijn passie beter kon delen via woorden dan via facturen. Ruben vindt dat een eerlijke autorecensie ook de minpunten benoemt, want elke auto heeft ze, zelfs de dure.